Onderzoek wijst uit: met optimale deelmobiliteit minder parkeerplaatsen bij nieuwbouw nodig

In de komende 10 jaar moeten er in Nederland bijna 1 miljoen woningen worden bijgebouwd, vooral in stedelijk gebied. En dat terwijl de ruimte daar al schaars is. Willen we de woningnood aanpakken en wonen, werken en recreëren tegelijkertijd aangenaam houden, dan moet er in de aanpak van mobiliteit iets veranderen. En dan vooral op het gebied van autogebruik én autobezit. Want een auto neemt veel ruimte in beslag, en de impact op het milieu is enorm. Maar hoe verleid je mensen om afscheid te nemen van hun auto? En in hoeverre is deelmobiliteit dan een oplossing? Dat was de rode draad van het CROW-onderzoek dat Empaction in samenwerking met Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) uitvoerde. De resultaten? Die zijn veelbelovend. Het onderzoek geeft immers voldoende aanleiding om woningen met structureel minder parkeerplaatsen te ontwikkelen.

 

In dit blog lees je over de uitkomsten, de door ons opgedane inzichten en de conclusies die op basis van het CROW-onderzoek getrokken kunnen worden.

Aanleiding en methode CROW-onderzoek

Het gemiddelde autobezit in Nederland ligt hoog. Al die auto’s kunnen we binnenstedelijk steeds moeilijker kwijt, zeker bij nog te bouwen gestapelde woningen. En veel parkeerplaatsen in ondergrondse garages moeten realiseren is voor de betreffende ontwikkelaar een zeer kostbare aangelegenheid. De grote vraag is dan ook: hoeveel mensen zijn bij een verhuizing naar een binnenstedelijke omgeving bereid om bij een goed aanbod van deelmobiliteit geen eigen auto mee te nemen? En wat betekent dat vervolgens voor het aantal te realiseren parkeerplaatsen bij een woonontwikkeling?

De basis voor het onderzoek werd een gedachte-experiment. We vroegen mensen denkbeeldig naar een binnenstedelijke omgeving te verhuizen en namen 8 verschillende kenmerken in de analyse mee; 4 op het gebied van de specifieke omgeving en 4 over het aanbod van deelmobiliteit. Uiteindelijk gingen alle 2.500 respondenten zo’n denkbeeldige verhuizing aan, waarbij elke groep uit de Nederlandse samenleving (18+) goed vertegenwoordigd was. Daardoor is de verkregen dataset representatief en breed toepasbaar.

Voorwaarden wegdoen of niet aanschaffen van auto

Het onderzoek heeft veel verschillende soorten data opgeleverd. Onder meer de drie meest bepalende kenmerken voor het wegdoen van een eigen auto, of het niet aanschaffen ervan. Die kenmerken zijn:

  • De nabijheid van openbaar vervoer
  • De betaalbaarheid van deelmobiliteit (vergeleken met de kosten voor een eigen auto)
  • De loopafstand naar een deelauto

Ook de aanwezigheid van een hoogwaardig fietsnetwerk heeft een duidelijk positief effect op een dergelijk besluit, zo bleek uit de antwoorden van de respondenten.

Een ander bruikbaar inzicht: onder ‘optimale’ omstandigheden is 70% van de respondenten bereid om bij een verhuizing naar een binnenstedelijke omgeving geen eigen auto mee te brengen. Voorwaarde daarbij: er is een ov-knooppunt nabij, fietsen is een goed alternatief en de deelmobiliteit is afdoende geregeld. Is dat niet het geval en zijn de alternatieven minder goed, dan daalt dat percentage redelijk snel tot net boven de 10%. Dit zijn bij uitstek data waar beleidsmedewerkers van gemeenten echt iets mee kunnen.

Persoonskenmerken doorslaggevend voor keuze

Geen situatie is natuurlijk gelijk, en geen mens hetzelfde. Naast de omgevingskenmerken bleken ook de persoonskenmerken van respondenten bij een optimale situatie van invloed op de uiteindelijke percentages te zijn. Drie voorbeelden:

1. De bereidheid onder hoogopgeleiden is met 77% maar liefst 25% hoger dan bij andersopgeleiden.

2. De bekendheid met het fenomeen ‘deelauto’ is van invloed, zo blijkt. Hebben mensen al eens gebruik gemaakt van deze vorm van vervoer, dan zijn ze eerder bereid de eigen auto weg te doen of niet tot aanschaf over te gaan dan wanneer ze nog nooit in een deelauto reden; 80% versus 65%.

3. Er is een verschil tussen jongeren onder de 30 jaar en diegenen die de 30 al gepasseerd zijn. In de eerste groep is bij zo’n verhuismoment 80% bereid de auto de deur uit te doen of er überhaupt niet aan te beginnen. Personen boven de 30 jaar zijn daar met 68% iets minder snel toe geneigd.

Veel verschillen dus. Al is er ook één duidelijke overeenkomst; worden de omstandigheden op het gebied van deelmobiliteit minder gunstig, dan verdampen de verschillen heel snel…

De resultaten doorvertalen naar parkeerbeleid

Het onderzoek heeft tot veel interessante inzichten geleid, waar bovenstaande conclusies onderdeel van zijn. Maar wat betekenen al die resultaten nu voor de binnenstedelijke verdichtingsopgave waar gemeenten momenteel voor staan? En hoe vertalen zij de resultaten naar effectief en passend beleid?

Zowel gemeenten als ontwikkelaars zien deelmobiliteit als onderdeel van de oplossing, zo blijkt. En de data uit het CROW-onderzoek geven voldoende aanleiding om bij nieuwe woningbouw structureel minder parkeerplaatsen te ontwikkelen. Zéker nabij ov-knooppunten is dat haalbaar. Belangrijke randvoorwaarden zijn dan wel:

  • Een hoogwaardig aanbod van deelmobiliteit
    Hierbij moet gedacht worden aan een korte loopafstand, de zekerheid van beschikbaarheid en diversiteit qua vervoersmiddelen.
  • Betaalbaarheid van deelmobiliteit
    In de regel werkt hoogwaardigheid kostenverhogend, terwijl de betaalbaarheid juist een cruciale voorwaarde van de gebruiker is. Ontwikkelaars en gemeenten zullen dus middels een integrale aanpak de handen ineen moeten slaan om zo de efficiency van deelmobiliteit (en daarmee betaalbaarheid) af te dwingen.
  • Zekerheid van beschikbaarheid
    Omdat de vraag naar deelmobiliteit gedurende de week niet constant is, is een combinatie van aanbieders noodzakelijk.
  • Nabijheid van een ov-knooppunt
    En een hoogwaardig netwerk van fietspaden en bijvoorbeeld een goed aanbod van elektrische deelscooters kan een ov-knooppunt nóg dichterbij brengen.
  • Fietsparkeernormen
    Niet alleen een alternatief voor de eigen auto bieden is van belang. Ook vervoer per fiets moet overal prominenter worden. En dus zijn hogere fietsparkeernormen en kwaliteitseisen bij fietsenstallingen van belang.
  • Anders nadenken over deelmobiliteit
    Tot nu toe werd vaak bekeken wat een deelauto voor het aantal parkeerplaatsen betekent. Maar daarmee wordt de groep die toch al zonder auto gekomen zou zijn tekort gedaan. Want juist door die groep kun je aan de ontwikkelnormen voldoen, maar ook daar liggen behoeften en wensen. Aan alternatieve vervoerswijzen zoals een deelauto, -scooter of -fiets bijvoorbeeld. We moeten in die zin dus breder over deelmobiliteit gaan nadenken.

Empaction’s onderzoeksconclusie

Als je het ons vraagt is op basis van dit onderzoek één ding onvermijdelijk gebleken: bij ontwikkelingen van een zekere omvang moeten niet enkel eisen worden gesteld aan het aantal parkeerplaatsen, maar ook aan de hoeveelheid stalplaatsen voor fietsen en het aanbod van deelauto’s, -fietsen en -scooters. Gemeenten gaan idealiter dus veel meer richting een mobiliteitsnorm dan een parkeernorm denken. En marktwerking is ontzettend van belang. Want in de strijd om een oplossing voor het binnenstedelijke verdichtingsvraagstuk is er dringend behoefte aan een hoogwaardig én betaalbaar aanbod van deelmobiliteit. En die combinatie is voor een individuele ontwikkelaar nu eenmaal niet te organiseren.

Gemeenten hebben een belangrijke schakelfunctie, zo blijkt ook uit het onderzoek. Zij zullen meer de regie moeten nemen over deelmobiliteit in de openbare ruimte. En misschien zelfs koppelingen afdwingen tussen individuele oplossingen op plotniveau en de openbare mobiliteitsdiensten. Spannend. Want aanbieders van deelmobiliteit schrijven veelal nog rode cijfers. En als zij vervolgens door allerlei overheidspartijen gedwongen worden tot extra investeringen voor betere samenwerking met concurrenten, dan schuurt dat enorm met hun marketingstrategie. Toch is dit de snelste weg die naar succes zal leiden. Want alleen op deze manier kunnen we de verdichtings- en klimaatopgave het hoofd bieden.

Wij helpen ook jou graag op weg!

Heb je een vraag over dit onderzoek? Wil je over een aangrenzend onderwerp brainstormen? Of kunnen we je helpen met inzichten op het gebied van deelmobiliteit? Neem dan contact op met onze adviseurs. Je kunt ze bereiken via 040-213 78 80, of stuur een e-mail naar info@empaction.nl.