Parkeerdata als basis voor bereikbare en leefbare steden

In binnenstedelijke gebieden staat steeds meer druk op de leefomgeving. De behoefte aan meer woningen en ruimte voor groen, lopen en fietsen stijgt. De vraag waarvoor we de openbare ruimte willen gebruiken is steeds belangrijker. Dezelfde problematiek sijpelt ook door naar middelgrote en kleinere steden, een gebrek aan ruimte wordt ook daar een steeds groter probleem. Het parkeren van auto’s als instrument om steden bereikbaar en leefbaar te houden is een steeds grotere uitdaging. “De parkeeropgave moet niet meer als een apart probleem aangepakt worden, maar als onderdeel van een integrale oplossing”, zegt Monique Pluijm van Empaction. 

“De hoeveelheid ruimte verandert niet, dus je kunt alleen de inrichting aanpakken”, zegt Pluijm, adviseur bij Empaction. “De kunst is om slimmer om te gaan met het parkeren van auto’s, zodat meer ruimte ontstaat voor andere functies en alternatieve vervoerswijzen. Wil je daar keuzes in kunnen maken, dan heb je sturing nodig om die ruimte zo optimaal mogelijk te benutten. Je moet dan wel weten waarop je stuurt en dus heb je data nodig”. Er is een enorm potentieel aan data aanwezig op het gebied van mobiliteit en parkeren, weet ook Pluijm: “Bijvoorbeeld in technieken zoals scanoplossingen en parkeermanagementsystemen, die van waarde zijn om optimaal te kunnen sturen op on- en off-street parkeren.” 

Van momentopname naar actuele data 

“De kunst is om die data om te zetten in informatie, die de basis vormt voor de antwoorden op allerlei parkeervraagstukken”, zegt Pluijm. “Met die informatie kun je trends voorspellen voor de nabije toekomst. Op basis hiervan is heel gericht beleid te maken en/of bij te sturen. Daarvoor moet dan wel data gebruikt worden die op een langere termijn is verkregen.” 

Kay van der Kraan, adviseur bij Empaction over onder meer parkeerbeleid: “Data wordt nog lang niet optimaal benut bij het opstellen van nieuw beleid. Men ziet soms maar een klein stukje van een hele berg data, die bovendien vaak is verkregen op één bepaald moment in het jaar. Het is echter wenselijk om beleid te maken naar aanleiding van actuele data en trends. Met ontwikkelingen als scanauto’s kan dat ook. Daarmee heb je in potentie bijvoorbeeld een actueel inzicht in de parkeerbezetting op plekken met betaald parkeren. Met die ontwikkelingen is nog veel winst te behalen voor beleidsmakers in de nabije toekomst.” 

Data hand in hand met techniek 

Pluijm en Van der Kraan verwachten dat data-analyse een steeds prominentere rol krijgt in de beleidscyclus. Deze data ligt binnen handbereik, maar er ligt nog een flinke uitdaging om daar ook echt gebruik van te maken, ziet Van der Kraan: “Het benutten van data om te sturen op parkeren gaat hand in hand met de techniek om parkeerruimte te ontsluiten.”

“Er wordt bijvoorbeeld veel gesproken over het benutten van private parkeerplaatsen in binnenstedelijk gebied. Kunnen gemeenten daar op een flexibele manier gebruik van maken? Hoe weten we of daar ruimte beschikbaar is? Hoe zorgen we dat die parkeerplaatsen niet twee keer worden vergeven aan verschillende bouwontwikkelingen?” 

Van der Kraan ziet toekomst in een combinatie van parkeren op openbare plekken en parkeren in (private) parkeergarages. Een integraal systeem om deze allemaal goed te ontsluiten, ontbreekt vooralsnog. “In de toekomst zou dat idealiter één integraal systeem moeten zijn, zodat gestuurd kan worden op het zo efficiënt mogelijk benutten van ruimte voor parkeren. Behalve praktische problemen die zo’n systeem nu in de weg zitten, zoals de vraag hoe een bezoeker een private parkeergarage kan gebruiken, moeten ook veel private partijen nog overtuigd worden. De vaste gebruiker wil wel gebruik kunnen maken van de eigen parkeerplaatsen op momenten dat het nodig is. Ook daarin speelt data een rol: hoe meer data beschikbaar, hoe scherper gestuurd kan worden op het parkeren van verschillende doelgroepen.” 

Inrichten van de openbare ruimte 

Van der Kraan ziet wel dat gemeenten steeds meer sturen op de openbare ruimte. “Er worden steeds minder parkeerplekken bijgebouwd. Men probeert eerst de bestaande plekken zo optimaal mogelijk in te richten en te sturen op ‘de juiste parkeerder op de juiste plaats’. Zo kan een nieuwe bestemming worden gegeven aan ruimte die eerder voor parkeren werd gebruikt. Dat geeft ook mogelijkheden om binnensteden autoluwer te maken. Auto’s moeten op andere plekken geparkeerd worden en er moeten goede vervoersalternatieven worden bedacht, zodat mensen minder afhankelijk zijn van de eigen auto. Oplossingen worden zo steeds complexer en onderdeel van een integrale aanpak.” 

Pluijm en Van der Kraan zien dat het gebrek aan ruimte niet meer alleen een probleem is voor grote steden, maar dat dit ook doorsijpelt naar kleinere gemeenten. Pluijm: “Die trend onderstreept dat parkeren in de toekomst een steeds groter probleem wordt. Het vereist vaker een integrale aanpak. Wij willen die gemeenten graag helpen zich voor te bereiden op de toekomst. En data helpt daar beter bij dan welk argument ook.”

Van der Kraan: “Data is de basis van alles wat we bij Empaction doen op het gebied van parkeren en wordt daarin ook steeds belangrijker: van beleid tot uitvoering en handhaving. Er is steeds meer data beschikbaar en daar wordt steeds meer gebruik van gemaakt. Het ontsluiten en benutten ervan helpt ons om beter te sturen op parkeren en mobiliteit. Om steden bereikbaarder, leefbaarder en daarmee aantrekkelijker te maken.”

Bron: Trendboek Mobiliteit