Empaction brengt realiteit in de strategie en een nuchtere kijk op parkeren

In grote delen van Nederland volgen gebiedsontwikkelingen elkaar in hoog tempo op. Waar voorheen de onderhandelingen tussen gemeenten en projectontwikkelaars regelmatig in een impasse raakten als het ging om het parkeervraagstuk, is er tegenwoordig meer consensus over de route naar het gemeenschappelijk doel. Maar wat is dat gemeenschappelijk doel als er tegelijkertijd ook zoveel tegenstrijdige belangen zijn? Hoe zorg je dat de strategische gebiedsvisie van nu over de bereikbaarheid van het gebied over 20 jaar nog steeds succesvol is? 


Gemeenten hebben een woningopgave. Zij moeten binnenstedelijk veel woningen bouwen op beperkt beschikbare grond. Ruimte voor de traditionele hoeveelheid parkeerplaatsen is er niet. Tegelijkertijd zijn veel gemeenten huiverig om zomaar de parkeernormen te verlagen. Liever biedt men de ruimte om met een goed mobiliteitsplan te onderbouwen dat met minder parkeerplaatsen toch voldaan kan worden aan de mobiliteitsbehoefte van de nieuwe inwoner. Maar hoeveel minder dan? Het besef dat het anders moet is er, maar er is ook angst. Wat als het niet werkt? Je kunt later niet zomaar alsnog parkeerplaatsen bijbouwen. Daarnaast zijn er op dit moment nog weinig praktijkvoorbeelden, waarbij een breder pakket aan mobiliteitsdiensten over meerdere jaren goed geregeld is en goed functioneert. 

Parkeerplaatsen minimaliseren versus bereikbaarheid ontwikkeling

Ontwikkelaars vragen steeds vaker ruimte om met andere modaliteiten aan de verplaatsingsbehoefte te voldoen. We krijgen steeds vaker de vraag: Hoe kunnen we het aantal aan te leggen parkeerplaatsen minimaliseren en toch de bereikbaarheid van de ontwikkeling op peil houden?
 
Vroeger zag je voor grotere appartementen vaak een parkeernorm van ver boven de 1.0, maar vandaag de dag zien we ontwikkelingen waarbij de norm nog maar 0,3 is. Afwijken van de parkeernorm is tegenwoordig bij veel gemeenten bespreekbaar. De auto neemt verhoudingsgewijs veel schaarse ruimte in beslag, waardoor binnenstedelijk blijven faciliteren conform de parkeernorm niet haalbaar meer is. Als we willen dat die ontwikkelingen er komen, dan moeten ontwikkelaar en gemeente slimmer omgaan met mobiliteit. Wat kun je qua parkeren (en stallen) nog wel faciliteren bij een ontwikkeling en waar moeten alternatieven komen? Bij gebiedsontwikkelingen is het doel niet om meer mensen in trein of bus te krijgen, maar het realiseren van betaalbare woningen met behoud van een goede bereikbaarheid. Met daarbij een scala aan aanvullende randvoorwaarden, zoals een leefbare openbare ruimte, klimaatadaptatie, groen, meer ruimte voor fietsers en voetgangers, et cetera. Er is ruimtegebrek voor wegen ernaartoe en er is geldgebrek voor parkeerplaatsen onder de grond.

Verschuiving van autobezit naar autogebruik onvermijdelijk

Gezien de noodzaak van groei van de steden en tegelijkertijd de vele ambities met de openbare ruimte is het onvermijdelijk dat er binnenstedelijk een verschuiving komt van autobezit naar autogebruik. En natuurlijk gaat ook deze transitie pijn doen, bijvoorbeeld omdat het autobezit in de binnenstad duurder zal worden en loopafstanden zullen toenemen.

Concrete stappen naar de stip op de horizon

Als Empaction zijn we in staat om vanuit een gebiedsvisie een stip op de horizon te zetten (visie). Zodra deze stip helder is, helpen we met het opstellen van de stappen die gezet moeten worden door vanuit de stip backwards te redeneren. Daarbij zoeken we de balans tussen de behoefte van de gebruikers van deelmobiliteit (vraag) en de mogelijkheden die de aanbieders van mobiliteitsdiensten hebben (aanbod). Dat is altijd balanceren tussen het wenselijke en het mogelijke en betekent onvermijdelijk ook concessies doen aan de snelheid waarmee we deze mobiliteitstransitie kunnen invullen. Onze kennis en ervaring zetten we momenteel in bij een aantal uitdagende en complexe gebiedsontwikkelingen. Zo is Empaction voor de parkeer- en mobiliteitsopgave betrokken bij de uitwerking in de gebiedsvisies: 

  • Project Utrecht Merwede Kanaalzone*, 
  • Utrecht Overvecht, 
  • Amersfoort ‘Kop van Isselt’
  • Project Eindhoven Internationale Knoop XL*. 

*In deze projecten werken we samen met Royal Haskoning DHV. 

In dit soort uitdagingen gaat een vergelijking met een ijsberg op. De gebruiker ziet alleen het topje van de ijsberg, maar onder water zit een heel speelveld, een enorm proces met lastige discussies die voorafgaand nodig zijn om de gebruiker comfort te blijven bieden. De discussies betreffen dan onder andere de locatie (parkeerplaats), de plek voor (deel)mobiliteit, de exploitatie met bijbehorende financiële risico’s, de investeringen en het platform waarop de koppeling tussen vraag en aanbod tot stand komt.