Een succesvolle mobiliteitshub met de juiste inzet van parkeren

Waar moet ik aan denken bij het inrichten van een mobiliteitshub of knooppunt? En hoe zet ik mijn parkeerinstrumenten in om op deelmobiliteit te sturen en het gewenste gebruik van de hub te stimuleren? Het zijn twee van de vragen die aan de orde komen in de ‘Leidraad parkeren bij knooppunten en mobiliteitshubs’. Een document dat tot stand kwam door een samenwerking tussen Empaction en onderzoeksbureau Royal HaskoningDHV, in opdracht van kennisinstituut CROW en KpVV. Sta je aan de vooravond van het inrichten, uitbreiden of evalueren van een mobiliteitshub? Dan is deze nieuwe leidraad een meer dan welkome hulp.

Bij het inrichten van een mobiliteitshub wordt vaak vanuit de locatie of het aanbod vertrokken. Dat geeft een enigszins valse start, zo blijkt uit een uitgebreid literatuuronderzoek. En uit verschillende workshops die in de aanloop naar het samenstellen van de leidraad plaatsvonden. Vertegenwoordigers van gemeenten, provincies, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Rijkswaterstaat, de NS, vastgoedbedrijven en diverse marktpartijen op het gebied van deelmobiliteit alsook het beheer en de exploitatie van parkeer-/hub-locaties deelden daar hun ondervindingen.

Maar hoe komen we dan wel tot een succesvolle hub? Op basis van ervaringen en studies ontwikkelden we een model met een logische opbouw. Daarmee kan bepaald worden hoe parkeren bijdraagt aan de maximale werking van een mobiliteitshub. De leidraad neemt je stap voor stap mee in dit model.

Vanuit de opgaven naar de doelgroep(en)

In de leidraad van CROW-KpVV staat dus niet de locatie, maar de opgave centraal. Denk daarbij aan een verdichtingsopgave, efficiënt gebruik van de openbare ruimte en het verbeteren van de ketenreis. Vanuit de opgave wordt gekeken naar het gebied (bijvoorbeeld een stationsgebied, centrum, wijk of buurt) en het type hub (regio-, stads-, wijk-, of buurthub). Vervolgens wordt ingezoomd op welke doelgroep of doelgroepen je met de hub wilt bereiken. En wat de specifieke mobiliteitswensen van die groep(en) − op wie het aanbod afgestemd moet worden − zijn.

Parkeer- en mobiliteitsbeleid

Zoomen we in op parkeren bij knooppunten en mobiliteitshubs, dan zijn er twee belangrijke typen sturingselementen te benoemen. Allereerst de ‘pushmaatregelen’ op gebruik. Hierbij worden parkeerinstrumenten ingezet om het gebruik van de hub te bevorderen. Parkeerregulering, parkeren op afstand en geen of minder parkeerplaatsen voor de eigen auto bijvoorbeeld. Deze maatregelen worden onder andere geborgd in de nota parkeernormen. De ‘sturing op deelmobiliteit’ is het tweede element. Hierbij gaat het onder andere om de invulling van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), sturing op vergunningsuitgifte voor het aanbod van ‘de wielen’ en de (digitale) inrichting van Mobility as a Service (MaaS). Dit wordt onder andere vastgelegd in het parkeer- en mobiliteitsbeleid.

Samenwerking en de rol van de gemeente

Wat P+R-locaties nabij stations betreft vervult de NS vele rollen. In veel gevallen is zij beleidsmaker, eigenaar, investeerder, ontwikkelaar, exploitant en beheerder in één. Bij mobiliteitshubs in de openbare ruimte is wie wat doet of moet doen vele malen complexer. Meerdere partijen – zowel publieke als private – staan klaar om een rol te vervullen. Het is dan ook van cruciaal belang dat er een gebiedsregisseur wordt aangesteld. Die regisseert de benodigde samenwerking en verenigt de verschillende belangen. Immers, voor het doen slagen van de mobiliteitshub is een bij de opgave, het gebied en de doelgroep passend, betaalbaar en hoogwaardig aanbod van deelmobiliteit essentieel.

Omdat marktwerking geen natuurlijke bondgenoot is van samenwerking, is het noodzakelijk dat de gemeente in kwestie de regie pakt en flankerend beleid voor parkeren en deelmobiliteit opstelt. En die conclusie is extra belangrijk voor binnenstedelijke hubs die moeten aansluiten op een regionale aanpak.

De financiële uitdaging

Een groot deel van de parkeergarages in Nederland is niet rendabel. Hoe zorgen we er dan voor dat een mobiliteitshub wel zijn eigen financiële broek op kan houden? Voor een deelauto kan niet hetzelfde parkeertarief worden gerekend als voor bezoekers in een commerciële garage. Maar de kosten voor beheer en onderhoud van de fysieke ruimte zijn even hoog. Kortom: de financiële uitdaging is groot. Gelukkig biedt een hub ook kansen. Soms zijn de stichtingskosten in een gebieds- of grondexploitatie te verdisconteren en kunnen er naast deelautoabonnementen ook commerciële abonnementen aangeboden worden.



Ook wordt steeds vaker gekeken naar extra functies, zoals het aanbieden van aanvullende diensten als oplaadfaciliteiten, vergaderruimtes, winkels en fitnessstudio’s. Door het mengen van functies zijn investeringen in gestapelde gebouwen eerder haalbaar. Daarnaast is een structurele bijdrage vanuit de overheid verdedigbaar. Besparing op langetermijninvesteringen in de infrastructuur en vergroting van de leefbaarheid van de omgeving zijn hiervoor de maatschappelijke argumenten.

Vooruit- in plaats van achteruitkijken

Een mobiliteitshub hoogwaardig en rendabel neerzetten is tot op heden geen sinecure gebleken. Succesvolle hubs schieten nog niet als paddenstoelen uit de grond. Belangrijk is om lering te trekken uit opgedane ervaringen en best practices als goede lessen te zien. Vooruitkijken is daarbij zeker zo belangrijk als het gebruik van de achteruitkijkspiegel.

Een ding is zeker. Hubs en deelmobiliteit maken efficiënter gebruik van de schaarse (openbare) ruimte mogelijk. Uit recent onderzoek blijkt dat tot 70% van de mensen bij verhuizing naar een binnenstedelijke omgeving bereid is om afstand te doen van de eigen auto als de deelmobiliteit optimaal is ingericht. Daarnaast biedt een hub met deelmobiliteit uitkomst op momenten dat reizigers geen toegang tot een eigen voertuig hebben. Voordelen die belangrijk zijn vanwege de 100.000 woningen die per jaar veelal binnenstedelijk moeten worden bijgebouwd. En voor de mobiliteitsbehoefte die dit met zich meebrengt.

Complex maar zeer gewenst

Het mag dan complexe materie zijn en het succes − zeker gezien de ervaringen tot nu toe − onzeker, de potentiële (maatschappelijke) winst van een succesvol netwerk van mobiliteitshubs en knooppunten is zeer groot en gewenst. Passend parkeerbeleid speelt een belangrijke rol. Het is een middel dat bij juiste inzet een positieve impact heeft. Een middel om de toenemende mobiliteits- en bereikbaarheidsbehoefte gelijk op te laten gaan met een duurzame en leefbare omgeving. Het is als het spelen in de Champions League van de mobiliteit. En wij hebben vanuit Empaction vol toewijding onze bijdrage geleverd, zodat gemeenten en andere spelers samen de wedstrijd kunnen winnen.

Benieuwd geworden naar de inhoud van de ‘Leidraad parkeren bij knooppunten en mobiliteitshubs’? Het document is inmiddels gepubliceerd door het CROW. Je downloadt 'm hier. Wil je meer lezen over onze rol tijdens en de aanpak van dit project? Dan verwijzen we je graag door naar de projectomschrijving die we hierover schreven.